Blauwe komkommerstruik

Familie: Schijnaugurkenfamilie

Decaisnea fargesii

Over Decaisnea fargesii

De blauwe komkommerstruik (Decaisnea fargesii) is een van de meest bijzondere en minst alledaagse sierstruiken die je in een Nederlandse tuin kunt planten. Afkomstig uit het westen van China — met name uit de provincies Sichuan en Yunnan, en aangrenzende gebieden in Myanmar en Nepal — groeit hij in zijn thuisland op boshellingen en in bergkloven op vochtige, humusrijke grond. Hij werd eind negentiende eeuw ontdekt en naar Europa gebracht door de Franse plantenjager Paul Farges, naar wie de soort is vernoemd. De struik groeit breed en rechtopstaand, met dikke, krachtige, weinig vertakte stammen die iets doen denken aan bamboe. Hij bereikt een hoogte van 3 tot 5 meter. De bladeren zijn groot — soms wel 60 tot 90 centimeter lang — geveerd samengesteld met 6 tot 13 paar blaadjes, en geven de plant een exotische, bijna subtropische uitstraling. In de herfst kleurt het blad geel. De bloei in mei en juni bestaat uit hangende pluimen van kleine, geelgroene bloempjes die bescheiden maar sierlijk zijn. Het absolute hoogtepunt van de plant zijn de vruchten: in de herfst rijpen schitterende, blauwgrijze, leerachtige hauwen die 5 tot 10 centimeter lang zijn en lijken op kleine komkommers of dikke blauwe bonen. Van dichtbij zijn ze bijna niet te geloven als echt plantaardig materiaal. De vruchten bevatten een zoet, gelatineachtig vruchtvlees met zwarte zaden en zijn eetbaar. De blauwe komkommerstruik is winterhard in Nederland maar prefereert een beschutte, vochtige standplaats met organisch rijke grond. Een plant voor de kenner en de nieuwsgierige tuinier.

Toepassing en standplaats

De blauwe komkommerstruik is een solitaire blikvanger voor beschutte, iets vochtige plekken in een tuin. Bijzonder geschikt voor bostuinen, schaduwrijke borders of als accent nabij een vijver of waterpartij. Door zijn exotisch aandoende bladeren en unieke blauwe vruchten trekt hij altijd de aandacht en is hij een gespreksstuk in iedere tuin. Standplaats: volle zon tot halfschaduw; beschutte ligging is gewenst. Bodem: vochthoudende, humusrijke grond op basis van leem, klei of zand; geen droge of compacte grond. Volledig winterhard in Nederland. Weinig snoei nodig. Aandachtspunt: de grote bladeren kunnen in felle wind beschadigen; een windluwe plek is ideaal. Voor vruchtvorming zijn meerdere exemplaren of kruisbestuiving bevorderlijk.

Weet je al precies wat je nodig hebt?

Elke tuin en elk groenproject is anders. Daarom maken we bij Smits Boomkwekerij geen standaard offertes, maar kijken we graag samen naar wat past bij jouw wensen, planning en het karakter van het project.

ons advies

De eigenschappen hieronder tonen de ideale omstandigheden voor een Decaisnea fargesii. Ze helpen bij het kiezen van de juiste soort voor jouw project, maar kunnen per tuin of project licht variëren.

de hardlopers

Dit is een lijst met de meest gekozen producten. Zoek je een specifiek product? Neem contact met ons op en wij helpen je graag persoonlijk verder. 

Afmeting

Waarde

Leveringsvorm

Kenmerk

Foto

Ontbreekt de afbeelding?
Mail naar info@smitsbv.nl

Staat de Decaisnea fargesii die jij zoekt er niet tussen?

Geen zorgen. De kans is groot dat wij de soort die jij zoekt alsnog hebben! Neem contact met ons op en wij helpen je graag verder. 

Elke tuin en elk groenproject is anders. Daarom maken we bij Smits Boomkwekerij geen standaard offertes, maar kijken we graag samen naar wat past bij jouw wensen, planning en het karakter van het project.
Laat je inspireren door ons park, containerveld en de manier waarop bomen en hagen samenkomen in het ontwerp. Ideaal om ideeën op te doen voor jouw volgende project.
Ontdek hoe hoveniers en ontwerpers ons groen toepassen in hoogwaardige tuin- en groenprojecten. Van villatuinen tot grotere landschappelijke projecten.

FAQ

Veelgestelde vragen over Decaisnea fargesii

De vruchten zijn blauwgrijze, leerachtige hauwen van 5 tot 10 centimeter lang, die in de herfst in trossen aan de takken hangen. Ze zien eruit als kleine blauwe komkommers of dikke bonen. Binnenin zit een zoet, gelatineachtig vruchtvlees met zwarte zaden. De vruchten zijn eetbaar en geven de plant zijn volksnaam.
Ja, de blauwe komkommerstruik is volledig winterhard in Nederland. Hij verdraagt matige tot strenge vorst goed. Een beschutte standplaats is gewenst, niet zozeer voor de winterhardheid maar om de grote bladeren te beschermen tegen windschade en de bloemen te beschermen tegen late nachtvorsten.
De blauwe komkommerstruik wordt doorgaans 3 tot 5 meter hoog, met een breedte van 2 tot 3 meter. De dikke, weinig vertakte stammen groeien rechtopstaand. Door zijn compacte breedte maar relatieve hoogte is hij ook inpasbaar in kleinere tuinen op een beschutte plek.
De blauwe komkommerstruik bloeit in mei en juni. De bloemen zijn kleine, geelgroene bloempjes in hangende pluimen. Ze zijn bescheiden van verschijning maar sierlijk van structuur. Na de bloei rijpen de blauwe vruchten, die het absolute hoogtepunt van de plant vormen in september en oktober.
Ja, de vruchten zijn eetbaar. Het gelatineachtige, zoete vruchtvlees binnenin de blauwe hauwen is aangenaam van smaak, zij het weinig vleezig. In China worden ze soms als delicatesse beschouwd. De zwarte zaden zijn niet voor consumptie geschikt. De blauwe schil zelf is taai en niet eetbaar.
De blauwe komkommerstruik heeft een voorkeur voor vochthoudende, humusrijke, goed doorlatende grond. Leem, klei en zandgrond zijn geschikt, mits organisch verrijkt. Droge en compacte grond is ongeschikt. Bij het planten veel compost mengen door de plantkuil bevordert een goede start.
Ja, de blauwe komkommerstruik is bladverliezend. In de herfst kleurt het grote geveerde blad geel voordat het valt. In de winter staat de plant kaal; de dikke, weinig vertakte stam-structuur geeft dan een bamboe-achtig beeld. De blauwe vruchten blijven nog enige tijd aan de kale takken hangen.
De blauwe komkommerstruik past in middelgrote tuinen met een beschutte, iets vochtige plek. Hij heeft een breedte van 2 tot 3 meter en is daarmee minder breed dan veel andere sierstruiken. De grote bladeren vereisen wel beschutting voor wind. Voor heel kleine tuinen of volle open plekken is hij minder geschikt.